“Het is niet alleen schoonmaken, het is zoveel meer”

“Als ik over mijn werk praat tegen anderen, dan zeggen ze wel eens: ‘Jij praat zo enthousiast over je werk. Ik hoor iets heel anders dan het beeld dat ik erbij had’.” Amanda Tielrooy (28) werkt als huishoudelijk ondersteuner bij Woonzorg Flevoland. Op haar twintigste begon ze als vakantiekracht in verpleeghuis De Uiterton in Lelystad. Dat vond ze zo leuk, dat ze graag als huishoudelijk ondersteuner wilde blijven werken, wat ze nu in de thuiszorg doet. “Ik werk vanuit mijn hart. Ik stel me open en ben er voor de cliënt.”

“Toen ik met dit werk begon, moest ik eerst wel even wennen. Ik was nog jong en opeens werkte ik met oudere mensen. Het was wat onwennig, omdat ik niet wist wat ik kon verwachten. Maar ik vond het zo leuk, dat ik na de vakantie graag wilde blijven. Omdat er toen geen vacatures in de Uiterton waren, ben ik als huishoudelijk ondersteuner in de thuiszorg gaan werken. Werken in een thuissituatie is heel anders dan in een verzorgingshuis. Je bent in iemands privé omgeving. Voor sommige cliënten was het best lastig om opeens zo’n jonge vrouw in huis te hebben. Voor mij was het in het begin ook spannend: elke keer weer vroeg ik me af wat ik achter de deur aan zou treffen. Zit de persoon in een rolstoel of heeft diegene een psychiatrische achtergrond? Maar bij elke nieuwe cliënt ging dat makkelijker en voelde ik me al snel thuis in het werk.”

“Wat en hoeveel ik schoonmaak, verschilt per cliënt. De ene cliënt stoft zelf af, en daarbij doe ik dan alleen de zware dingen zoals het bed verschonen, stofzuigen, dweilen en de badkamer en het toilet. Bij een andere cliënt neem ik alles over. Ik maak schoon naar de wens van de klant. Als alleen stofzuigen genoeg is, laat ik het daarbij. Soms zeg ik wel, als ik van de cliënt niet veel hoef te doen: ‘Kan ik ergens mee helpen? Moet ik de badkamer doen?’ Maar het is hun huis en ik kan hen niet verplichten mij de badkamer schoon te laten maken als ze dat niet prettig vinden. Bij sommige cliënten met dementie doe ik het stiekem toch, als ze vinden dat het al schoon is, terwijl dat niet zo is. Daarom moet je in dit werk flexibel zijn en meebewegen. Ik moet de hele dag door schakelen. Als ik bij een cliënt ben geweest, moet ik me daarna weer focussen op de volgende.”

“Ik ben niet alleen maar een schoonmaker”

“Ik beschouw mezelf niet als alleen maar schoonmaker. Ik maak namelijk niet alleen schoon. Een echte schoonmaker komt in kantoorpanden, om daar buiten kantoortijden de ruimtes schoon te maken. Maar als huishoudelijk ondersteuner gaat het verder dan dat. Daarom noem ik het ook huishoudelijke zorg. Ik maak schoon voor ménsen. Een belangrijke taak, die ervoor zorgt dat zij een schoon en leefbaar huis hebben, zodat ze minder snel ziek worden. Het werk draait ook om contact, een luisterend oor bieden en troost geven als iemand verdrietig is: een klein beetje maatschappelijk werk. Mijn cliënten drinken graag een kopje thee met me. Ze vertellen me wat voor leuke dingen ze hebben gedaan met hun kinderen, praten over hun favoriete televisieprogramma’s en muziek en samen lachen we. Maar ze vertellen het ook als hen iets dwars zit. Er is altijd ruimte voor een praatje en even contact. Je bent in dit werk ook een verlengstuk van de zorg en hebt je voelsprieten aan staan.”

“Ik ben twee a drie uur bij iemand thuis, dus ik moet handelen als er iets gebeurt. Ik heb al een aantal situaties meegemaakt waarbij ik de zorg moest inschakelen. In één van die situaties probeerden de kleindochters van een cliënt ervoor te zorgen dat de huisarts langskwam, wat niet lukte: er werd niet meegewerkt aan de telefoon. Op dat moment heb ik de telefoon overgenomen en heb ik met een hevige discussie duidelijk gemaakt dat er een huisarts móest komen, die uiteindelijk binnen vijf minuten aanwezig was. Als ik dat niet gedaan had, was de situatie veel erger geworden, want de huisarts moest de ambulance bellen. Uiteindelijk is de mevrouw een paar dagen later in het ziekenhuis gestorven. Dat was erg zwaar en emotioneel. Maar ik was ook opgelucht, dat ik deze mevrouw toch nog een paar dagen leven heb kunnen ‘geven’. De kleindochters waren me dan ook erg dankbaar. Ik heb daarvan geleerd dat ik in zulke situaties heel sterk in mijn schoenen sta. Ik weet wie ik moet bellen en wat ik moet regelen. Soms kunnen die situaties heel heftig zijn. Maar het is tegelijkertijd ook heel mooi om een leven te redden, hoe oud iemand ook is. Iemand mag dan wel oud zijn, maar daar stopt het leven niet mee. Sterker nog: sommigen beginnen dan pas met leven.”

“Ik heb elke dag twee cliënten. ’s Ochtends begin ik om negen uur en werk ik tot elf of twaalf uur. ’s Middags ga ik om één uur naar mijn volgende cliënt. Ik heb dus best een grote lunchpauze. Ik werk daarna tot half drie of drie uur, het ligt eraan voor hoeveel uur iemand de hulp vergoed krijgt. Op woensdag heb ik drie cliënten, en in totaal heb ik er twaalf. Elke cliënt is anders. Bij de ene cliënt kom ik binnen en drink ik eerst een kopje thee, dan praten we even wat en ga ik aan het werk. Een andere cliënt drinkt graag pas thee als ik klaar ben, en bij weer een ander kom ik binnen, zeg ik goedemorgen en ga ik gelijk aan de slag. Soms drinken we dan tussendoor even wat. Ik heb met mijn cliënten een band opgebouwd, iets wat vanzelf gaat. Je kunt niet zakelijk zijn in dit werk. De mensen zijn namelijk elke week weer blij dat ik kom en dat hun huis weer wordt schoongemaakt.”

“Voor de oudere cliënten voel ik als een soort kleindochter”

“Vooral het werk met de oudere cliënten vind ik heel leuk. Het is bijzonder om te zien hoe zij een heel leven achter zich hebben, veel hebben meegemaakt en hoe hen dat tekent. Ze kunnen heel goed vertellen over vroeger. Die verhalen zijn zo mooi. Het zijn heel zachte, lieve en leuke mensen. En ik kan ontzettend met ze lachen. Zij zijn natuurlijk ook jong geweest. Als je ze eens hoort praten… Sommige uitspraken verwacht je niet van een vrouw van 85. Vaak maken ze leuke grapjes, vertellen ze anekdotes of zingen ze liedjes. Soms vinden ze het leuk als ik een liedje zing. Dan zeg ik: kan ik nog iets voor u doen? En dan antwoorden ze: ‘Ja, een liedje zingen.’ Nou, dat doe ik dan ook hoor, haha! Dan liggen ze helemaal dubbel van het lachen, dat is zo leuk. Dat maakt het werk voor ouderen leuk. Ik heb ook cliënten van vijftig jaar, maar voor de ouderen voel ik als een soort kleindochter. Je wordt door ze opgenomen in hun leven, je hoort er helemaal bij.”

“Het meest geniet ik van de gesprekken en de momenten samen met de cliënt. Bijvoorbeeld als ik samen met een cliënt de hoes om het matras doe, en we het niet voor elkaar krijgen. Het zit ‘m in stomme, gekke dingen, die je deelt en waar je samen met een cliënt om kunt lachen. Soms ben ik bezig met het schoonmaken van de badkamer, en dan zit één van m’n cliënten op een stoel in de buurt, zodat we kunnen blijven praten. Constant in gesprek kunnen zijn is heel bijzonder en leuk. Er valt bijna nooit een stilte. Er is altijd wel wat te bespreken of te lachen. Als ik met het stofzuigen onder de benen door moet, roep ik: ‘Even gymnastieken!’. Daar kunnen ze heel erg om lachen. Ik denk dat het ook belangrijk is om plezier te hebben, anders wordt het saai.”

“Het mooiste compliment dat ik gekregen heb, is dat iemand tegen me zei: ‘Ik zou niet weten wat ik had gemoeten zonder jou’. Dat raakte me recht in mijn hart. Ik besefte me hoe belangrijk ik ben voor deze cliënt, en het was echt heel mooi om te horen. Dat je er bent voor de cliënt, dat vinden ze heel belangrijk en dat zeggen ze dan ook regelmatig. Als ik mijn werk goed doe, zijn de cliënten blij en tevreden. Het is fijn voor hen om een vaste ondersteuner te hebben, waar ze een klik mee hebben. Ze willen geen andere ondersteuner, omdat ze weten wat ze aan me hebben en ik de weg in huis niet meer hoef te vragen. Cliënten verlangen daarbij vaak naar gezelschap. Voor sommigen ben ik de enige die ze zien op een dag. Dan ben je hun enige aanspreekpunt en willen ze veel vertellen. Daar hebben ze ook wel eens verdriet over. Ik probeer hen dan te troosten en een grapje te maken.”

“Ik ga niet meer weg bij Woonzorg Flevoland”

“Ondanks dat ik zelfstandig werk, heb ik goed contact met mijn collega’s. We zien elkaar op vergaderingen of tijdens een teamuitje. Ze zijn allemaal erg leuk en spontaan. En iedereen is gelijk: of ik nu met iemand van de afdeling communicatie spreek of met iemand van de zorg. Je wordt opgenomen in een warm bedrijf, met een huiselijke en spontane sfeer. Als er iets is, kan ik altijd bij mijn manager terecht. Daarbij vind ik het fijn om te zien dat Woonzorg Flevoland veel liefde geeft aan ouderen. Bijvoorbeeld door de activiteitenbegeleiding of presentjes. Dat het waardering laat blijken aan ouderen, maakt het een mooi bedrijf om voor te werken. Dit werk wil ik dan ook blijven doen. Ik ga niet meer weg bij Woonzorg Flevoland. Want ik doe dit werk echt met heel veel plezier.”